Neurodiversiteit-woordenlijst
Definities van belangrijke begrippen in neurodiversiteit-assessments en -gesprekken. Heldere taal om meer uit je resultaten te halen. Leer hoe je je assessmentresultaten interpreteert
A
Alexithymie
Moeite om je eigen emoties te herkennen en onder woorden te brengen. Veel autistische mensen ervaren dit; het betekent niet dat je geen emoties voelt, maar ze in woorden vatten kan lastig zijn.
Aandacht
Het vermogen om je op iets te richten en afleidingen te negeren. Bij ADHD kan aandacht moeilijk vol te houden zijn bij niet-gekozen taken, maar heel sterk bij iets dat boeit (zie Hyperfocus).
Autismespectrum
Een manier om de bandbreedte te beschrijven van hoe autisme zich uit. Het is geen lijn van 'een beetje' tot 'zeer' autistisch; het is de mix van sterke kanten en uitdagingen op gebieden als sociale communicatie, zintuiglijke ervaring en denkstijl.
Autistische burn-out
Uitputting, verlies van vaardigheden of overweldiging na lang maskeren of doorbuffelen. Vaak met vermoeidheid, gevoeligheid en meer hersteltijd.
B
Beperkte interesses
Sterke, gerichte interesses die belangrijk voor je zijn en veel tijd en aandacht kunnen vragen. Een veelvoorkomend autistisch kenmerk; ze kunnen een bron van vreugde en expertise zijn.
C
Camoufleren
Zie Maskeren.
Cognitieve belasting
De mentale inspanning die een taak kost. Als te veel dingen tegelijk aandacht vragen, kan de cognitieve belasting overweldigend voelen, vooral voor neurodivergente mensen.
D
Dubbel empathieprobleem
Het idee dat misverstanden tussen autistische en niet-autistische mensen wederzijds zijn: autistische mensen 'ontberen' geen empathie, maar beide groepen vinden het lastiger elkaars communicatiestijl te lezen.
Dysregulatie
Wanneer je zenuwstelsel of emoties uit balans voelen: te opgejaagd, uitgevallen of schakelend tussen toestanden. Vaak na overbelasting of onvervulde zintuiglijke of emotionele behoeften.
E
Esthetische gevoeligheid
In HSP-onderzoek: sterk geraakt worden door schoonheid, kunst of subtiele details in je omgeving. Je kunt sterke reacties hebben op muziek, natuur of visueel ontwerp.
Emotieregulatie
Het vermogen om emoties op te merken, te sturen en er op een voor jou werkende manier op te reageren. Veel neurodivergente mensen vinden dit lastiger onder stress of overbelasting.
Executieve functie
Mentale vaardigheden om te plannen, taken te starten, van focus te wisselen, tijd te beheren en informatie in je hoofd te houden. Vaak aangetast bij ADHD en autisme; 'lui' of 'niet je best doen' kloppen niet.
G
Gemak van excitatie
In HSP-onderzoek: hoe snel je mentaal of emotioneel overbelast raakt. Hoge gemak van excitatie betekent dat je sneller overweldigd raakt als er veel tegelijk speelt.
H
Hyperfocus
Intense, volgehouden focus op iets dat je sterk interesseert. Komt vaak voor bij ADHD; tijd en andere eisen kunnen op de achtergrond raken tijdens hyperfocus.
Hyperactiviteit
Meer beweging of rusteloosheid dan gebruikelijk: friemelen, moeilijk stilzitten of gedreven zijn om te bewegen. Kan fysiek of mentaal zijn (druk hoofd). Een van de kern dimensies bij ADHD.
I
Impulsiviteit
Handelen of spreken zonder veel pauze, of moeilijk kunnen wachten. Onderdeel van de hyperactiviteit-impulsiviteit dimensie bij ADHD.
Interoceptie
Je gevoel voor wat er in je lichaam gebeurt: honger, dorst, pijn, moeheid, emoties. Veel autistische mensen hebben verschillen in interoceptie en merken deze signalen soms minder goed op.
L
Lage zintuigelijke drempel
In HSP-onderzoek: snel beïnvloed worden door zintuiglijke prikkels: geluid, licht, textuur of andere stimuli. Je merkt dingen op en reageert waar anderen op afstemmen.
M
Maskeren
Je natuurlijke manier van communiceren, bewegen of reageren verbergen of aanpassen om erbij te horen of negatieve reacties te vermijden. Komt vaak voor bij autistische mensen; het kan uitputtend zijn en bijdragen aan burn-out.
Meltdown
Een hevige uitbarsting bij overbelasting, vaak na te veel zintuiglijke of emotionele input. Anders dan een woedeaanval; het is verlies van controle wanneer het systeem overweldigd is.
Monotropisme
Neiging om aandacht op één of weinig dingen tegelijk te richten in plaats van breed te verdelen. Door sommigen gebruikt om een autistische stijl van aandacht en interesse te beschrijven.
N
Neurodivergent
Brede term voor mensen wiens brein anders werkt dan dat van de meerderheid (neurotypisch). Omvat autisme, ADHD, dyslexie en andere ontwikkelings- of cognitieve verschillen.
Neurotypisch
Term voor mensen wiens breinontwikkeling en -functioneren door de maatschappij als typisch wordt gezien. Vaak in contrast met neurodivergent.
O
Overgevoeligheid
Gevoeliger zijn voor zintuiglijke prikkels (geluid, licht, textuur, geur) of emotionele stimuli. Kan sterkere reacties en snellere overbelasting betekenen, maar ook diepere waardering wanneer de omgeving past.
Onoplettendheid
Moeite met volgehouden focus, georganiseerd blijven of taken afmaken. Een van de kern dimensies bij ADHD; geen karakterfout.
Overweldiging
Je overweldigd voelen door te veel input, eisen of emotie. Kan leiden tot shutdown, meltdown of de behoefte om je terug te trekken om te herstellen.
P
Pathological Demand Avoidance (PDA)
Een profiel waarbij het vermijden van eisen een centrale copingstrategie is. Vaak gebruikt in het VK; vraagvermijding komt voor bij autisme en andere profielen.
Proprioceptie
Je gevoel voor waar je lichaam zich in de ruimte bevindt en hoe het beweegt. Verschillen hier kunnen coördinatie, evenwicht of hoeveel je beweging en druk zoekt of vermijdt beïnvloeden.
R
Rejection sensitive dysphoria (RSD)
Intense emotionele pijn of distress bij werkelijke of ervaren afwijzing of kritiek. Komt vaak voor bij ADHD; de reactie kan buiten proportie voelen maar is heel reëel.
Routine
Dingen op een voorspelbare manier of volgorde doen. Veel autistische mensen steunen op routines om angst en cognitieve belasting te verminderen; veranderingen kunnen stressvol zijn.
S
Shutdown
Terugtrekken of stilvallen bij overbelasting. Anders dan een meltdown lijkt het vaak op stil of niet-responsief worden; van binnen kan de persoon niet meer verwerken of reageren.
Sociale communicatie
Hoe we taal en non-verbale signalen gebruiken in interactie. Autistische mensen communiceren vaak op manieren die afwijken van neurotypische normen (directer, ander oogcontact of ritme), wat aan beide kanten tot misverstanden kan leiden.
Stimming
Zelfstimulerend gedrag: herhalende bewegingen of geluiden (wiegen, handflappen, neuriën, enz.) die helpen bij het reguleren van emoties of zintuiglijke ervaring. Veelvoorkomend en gezond voor veel autistische mensen.
T
Taakinitiatie
Beginnen aan een taak. Vaak moeilijk bij ADHD ook als je het wel wilt doen; het is een executieve functie, geen luiheid.
V
Vraagvermijding
Sterke weerstand of angst rond eisen of verwachtingen, ook die je jezelf stelt. Komt vaak voor bij autisme en wordt soms PDA (Pathological Demand Avoidance) genoemd wanneer het een centraal patroon is.
Verwerkingssnelheid
Hoe snel je informatie opneemt en verwerkt. Langzamere verwerking betekent niet minder intelligent; veel mensen hebben iets meer tijd nodig, vooral onder druk.
W
Werkgeheugen
Informatie korte tijd in je hoofd houden en gebruiken, bijvoorbeeld een instructie onthouden terwijl je die uitvoert. Vaak aangetast bij ADHD en autisme.
Z
Zelfstimulatie (stimming)
Zie Stimming.
Zintuiglijke overbelasting
Wanneer je meer zintuiglijke input krijgt dan je kunt verwerken: geluid, licht, aanraking of meerdere tegelijk. Kan leiden tot shutdown, meltdown of de behoefte om te vertrekken.
Zintuiglijke verwerking
Hoe je brein zintuiglijke informatie opneemt en verwerkt (zicht, geluid, aanraking, reuk, smaak, evenwicht, lichaamspositie). Neurodivergente mensen hebben vaak andere patronen: gevoeliger of minder gevoelig, of zoekend naar bepaalde input.
Zintuiglijke gevoeligheid
Meer beïnvloed worden door zintuiglijke input dan anderen: geluiden kunnen harder klinken, licht feller, texturen opvallender. Kan een kracht zijn (rijke ervaring) en een uitdaging (overbelasting).
Klaar om je cognitieve profiel te verkennen?
Assessments voor autisme, ADHD en HSP. Doe ze op je eigen tempo en zie hoe je kenmerken naar voren komen.